(Bought my) F**k me pumps

Kent u die song van Amy Winehouse: F**k me pumps? Ze ligt op dit moment nogal onder vuur – verslaafd aan verschillende soorten drugs, gevechten met haar – net zo verslaafde – echtgenoot en door alle vermoeienissen die dat oproept heeft ze al haar concerten van de komende maanden afgezegd – maar dat doet, zoals zou moeten, geen afbreuk aan haar muziek en / of haar teksten. Hoewel je dat niet zou vermoeden wanneer je de media erop naleest. Tegenwoordig wordt iedere muzikant die de grenzen van het toelaatbare zoekt en / of overschrijdt, verguist. Geheel onterecht, want die zwarte, donkere kant van het leven is juist onlosmakelijk verbonden met de muziek. Als muzikant moet je bloeden, pijnigen, grenzeloos zijn in een wereld vol van grenzen. Was Frank Sinatra niet ook een halve mafioso? Om over Elvis en zijn drugsgebruik maar niet te spreken. Beiden hadden en hebben zij een miljoenenpubliek, dat slecht met mondjesmaat praat over de zwartere kanten van hun idolen. Het doet er – terecht – niet toe.

Maar, we raken de draad kwijt. Op Frank het eerste album van Winehouse staat F**k me pumps, een song over – vrijvertaald – de makkelijker vrouwen van deze wereld: de golddiggers, de ‘hoeren’ en de wat lichtvoetiger vrouwen onder ons – ik zeg het nog heel voorzichtig. Op zoek naar het grote geld, de belangrijke, machtige mannen van de samenleving en de status die daarmee samengaat. Misschien voortkomend uit gemakzucht, onzekerheid of, zo je wilt, een onconventionele carriereplanning. Het kan heel dom zijn, of juist vreselijk ingenieus.

When you walk in the bar,
And you dressed like a star,
Rockin’ your Fuck me pumps.

Wat zijn eigenlijk ‘Fuck me pumps’? Hoe zien ze er uit? Worden het pas pumps met een seksuele lading wanneer de draagster die overbrengt vanuit haar eigen houding, of stralen de schoenen zoveel seks uit dat de draagster er door wordt belicht? Met andere woorden: maken de schoenen de vrouw of maakt de vrouw de schoenen?

Voor veel vrouwen zijn schoenen een ultiem verzamelitem en velen hebben dan ook een enorm aantal schoenen in hun kast staan. Of zoals bij mij: op de trap. Bij een laatste telling kwam ik tot 22 paar, de sport-, wielren- en aerobisschoenen niet meegeteld. Een aantal waar je aan de ene kant van schrikt omdat je je eigen materialistische inslag in een getal uitgedrukt ziet, maar waar je aan de andere kant toch ook wel trots op bent. Geen van die paren zou ik aanduiden als  ‘fuck me pumps’.

Overigens, het is eigenlijk geen lastig dillemma: schoenen maken niet de vrouw, ze maken de outfit. De vrouw zelf maakt schoenen tot seks, tot Fuck me pumps en tot materieel geworden geilheid. Maar, de vorm en het uiterlijk van de schoen helpen natuurlijk wel mee. In hooggehakte, strakke en passende schoenen is het makkelijker paraderen dan in lompe, slepende en uitgetrapte bouwvakkersschoenen.

Sinds vandaag bezit ik een paar schoenen dat door zou kunnen gaan voor het door Winehouse bezongen schoeisel. Ik heb er twee weken over gedaan om ze aan te schaffen: te veel parade, te veel elegantie en veel en veel te hoog voor mij. Voor iemand die wars kan zijn van tuttelarijen en ijdeltuiterij (in de enge zin van het woord; ijdel zijn we -denk ik- allemaal wel) is de aanschaf van zulk een schoen ongedacht en ongehoopt. Maar, je moet alles eens proberen en met het komend huwelijksfeest van mijn ouders in het vooruitzicht en de jurk die die dag gedragen zal worden, is een uitspatting van dien aard enigszins gelegitimeerd. Met hoop en vrees zijn ze aangeschaft, met een lichte afkeer voor de vorm en de uitstraling, maar ook met een nerveuze nieuwsgierigheid voor wat ze – uiteindelijk – zullen brengen en beter nog, hoe het zal voelen om ze aan te hebben.

U mag gerust weten dat ik ze sinds de aankoop alleen nog maar uitgetrokken heb om te gaan sporten. Ze zitten heerlijk en ze staan – pardonnez moi -  eigenlijk ook nog best wel goed. En zo heb ik voor mijn gevoel mijn eigen Fuck me pumps aangeschaft.

Toch heerlijk dat ik net betoogd heb dat het de vrouw is die de sex overbrengt op de schoen. U hoeft van mij dus weinig te verwachten. Het zal al een hele tour worden om er normaal op te lopen komende zaterdag. Wie weet wat ik ze ooit nog eens zal laten beleven…als ik die mysterieuze uitstraling ooit gevonden heb.

So dust of your Fuck me pumps.

29 August 2007
By on 19:47
‘Dag’

Het is iedere keer weer afwachten hoe haar pet die dag staat. Hoe we haar vandaag aan zullen treffen. Is ze boos of verdrietig of begint ze te stralen op het moment dat we de lift uitstappen? Is ze helder of spreekt ze over drie tijden in vijf verschillende personages en wie zijn wij vandaag voor haar? Ziet ze in ons haar dochters of haar zussen of is ze heden genoeg om in mij haar kleindochter te herkennen? En zien wij haar in haar terug, of is ze op deze dag alleen maar een karikatuur van zichzelf?

Niet lang geleden is haar man overleden, maar ze is het alweer kwijt. Ze kijkt nog wel eens naar de deur op haar afdeling en vindt het raar dat ‘papa’ haar al zo lang niet meer op is komen zoeken, maar dat ze weduwe geworden is, is haar inmiddels ontschoten. De herinnering is weggevlucht in de zwarte gaten van haar herinnering. Of dat een zegen is, daar zijn we nog niet over uit.

Ze houdt ineens van honden, van bananen en is voor het eerst echt boos, woedend soms. Ze vindt het logisch dat iedereen haar aardig vindt en levert commentaar op alles en iedereen. Ze houdt niet van dikke mensen en kale mannen en benadrukt dat steeds weer. Ze ziet vissen in mensen en mensen in vissen en ze verbaast zich iedere vijf minuten over de schoonheid van de bloemen op het terras. Ze lacht vol overgave om grappen en ze flirt soms met de barman, die bloost door al die aandacht. Soms herinnert ze onze opleiding, onze woonplaats of wat we dagelijks doen en af en toe probeert ze ons te verleiden om haar mee te nemen, weg van haar werk, hobbyplek of hoe ze het tehuis waar ze verblijft op dat moment ook ziet.

Iedere keer dat we haar zien, is er weer een klein beetje van haar verdwenen. Ook al liggen emoties steeds meer aan de oppervlakte en praat ze steeds opener – en soms te open – over haar verleden, ze wordt stapje voor stapje iets onbekender voor ons en wij voor haar. Wanneer we weggaan is ze ons alweer vergeten en wat we een minuut geleden zeiden, hadden we net zo goed niet kunnen zeggen. Leven in het nu deden we nog nooit zo letterlijk.

We nemen met iedere herinnering die ze verliest een beetje meer afscheid van haar en houden vast aan onze eigen herinneringen. Ze glijdt steeds wat verder weg in haar geheugen en raakt ons straks ook kwijt, tot ook wij behoren tot haar vergeten verleden.

Het is een afscheid van kleine stapjes, kleine stukjes en met kleine en korte heldere momenten. Maar het is een afscheid. En een leven van hier en nu. We zeggen ‘dag’, elke keer weer, zonder te weten wat we op dat moment gedag zeggen. Het is iedere keer weer afwachten hoe ze de volgende keer zal zijn.

Dag oma.

26 August 2007
By on 22:53
Positiviteitsgoeroe op wielen

Sinds kort skate ik weer. Na een (korte) periode als wedstrijdschaatser en een (iets langere) periode als amateur-skeeleraar en een lange tijd zonder actie op wielen na een behoorlijke val zonder bescherming om, was daar ineens W. Uit een advertentie op haar hyvessite bleek dat ze op zoek was naar een skatemaatje. Ik, een beetje angstig geworden nadat drie doktersassistenten 4 jaar geleden – niet overdreven – het asfalt en delen van mijn broek uit mijn knieën probeerden te halen, zag er een klein teken in, zeker nadat ik bij mijn ouders thuis bijna struikelde over de enorme kartonnen doos die mijn skeelers van weleer herbergde.

Gelukkig kende ik W. al van wat jaren terug, wat eventuele terughoudendheid en verplicht uitgewisselde beleefdheden overbodig maakte. En zo gaan we inmiddels minimaal 1 keer per week op weg voor een minimaal een uur durende skatetocht over de betere stukken asfalt rondom de stad.

Skates zijn, net als de racefiets, een perfecte manier van voortbewegen wanneer je ruimte over wilt laten voor enige geestelijke krachtsport. Het voordeel van het hebben van een skategenoot is dan, dat je deze losse flodders en wilde theorieën ook meteen kunt testen bij de ander. W. is behoorlijk onderlegd, wat tot zeer interessante en heftige discussies leidt. Flink wat onderwerpen hebben de revue inmiddels al gepasseerd, maar een stokpaardje hebben we toch wel. We zijn het er beiden over eens: de maatschappij is op dit moment onderhevig aan een hevige en bijna onomkeerbare ziekte: de vervlakking van de geest.

Moderne vormen van (vlugge) communicatie, de teloorgang van de educatie en de massa-economie, allemaal elementen die ervoor zorgen dat mensen steeds minder gewend zijn om moeite te doen voor interpersoonlijke communicatie en steeds meer gewend raken aan de makkelijke, vermakelijke vorm van entertaining en informatievergaring. Boeken worden nauwelijks meer gelezen – veel te moeilijk – om van kranten nog maar niet te spreken en wat op het internet staat wordt allemaal als werkelijk en waar verondersteld. Communiceren doen de meesten alleen nog maar via hyves, hotmail, msn of sms en cultuur moet vermakelijk zijn, niet moeilijk en zeker niet iets waarvoor je je toch al krimpende hersenen zou moeten pijnigen.

Veel facetten van dit onderwerp hebben W. en ik al besproken. Wind in de rug of straf tegen, asfalt vol gaten of bruggen met plotselinge veeroosters waardoor je gelanceerd kan worden als je niet op tijd stilstaat, we laten ons er niet door weerhouden om ons stokpaardje nog eens een keer onder de loep te nemen. Natuurlijk, zo hebben we inmiddels al zelf geconstateerd, het is een discussie van uitersten, soms met weinig zicht voor nuance, maar moeten dat soort discussies niet juist gevoerd worden om te zien waar het met ons maatschappelijk en geestelijk welvaren uiteindelijk naartoe zou kunnen gaan?

Onder het motto ‘Een betere wereld begint bij jezelf’ (hoort u ons kokhalzen?), hebben we inmiddels zelf al wat actie ondernomen om de vervlakking van onze eigen geest tegen te gaan. Of eigenlijk is W. daarmee begonnen. W. is namelijk een vrouw van de wereld, die de wereld graag ook tegenkomt en begroet. En laat dat laatste nu zijn waar we ons, gedreven door bovenstaande discussie, tot hebben bekeerd – om uiteindelijk groot te eindigen, moet je klein beginnen, nietwaar? Dus om onze, ongetwijfeld, verstoorde communicatielijnen met de buitenwereld te herstellen is er maar 1 mogelijkheid: wij groeten.

Wij groeten iedereen die we op onze vroege skatemorgens tegenkomen en die – je moet principes blijven houden – niet al te chagrijnig kijkt. En wat blijkt, we zijn allemaal even gestoord in onze communicatie, want iedereen groet terug! Soms wat onwennig, niet altijd even blij, maar wel altijd als anwoord op onze groeten. Soms kijken echtgenotes niet altijd even aardig wanneer manlief vrolijk ‘goeiemorgen’ roept, maar uiteindelijk zeggen ook zij schoorvoetend gedag. Door gedag te zeggen, ontstaan soms zelfs kleine gesprekken in die luttele seconden die het kost om elkaar tegemoet te komen en voorbij te rijden. Groepen wielrenners, hardlopers, mede-skeeleraars en bootmensen, ze zwaaien, roepen en maken complimentjes – dat laatste natuurlijk niet geheel tot ons ongenoegen. En als je een rondje rijdt rond een meer, dan kom je sommige mensen zelfs twee keer tegen. Tot nu toe hebben W. en ik die tweede keer onze groet steeds niet op hoeven dringen. We worden iedere keer verrast door een uitgelaten ‘hallo!’ alsof we inmiddels bekenden van elkaar zijn geworden.

Het doet ons geloven dat er nog niets verloren is. Dat we slechts door een kleine oefening misschien wel weer wat communicatieskills kunnen heroveren. Dat we elkaar weer kunnen zien als medemensen en niet (meer) als virtuele online-poppetjes zonder eigen stem of lijf, laat staan een eigen geest.

En zo rijden we als kleine positiviteitsgoeroes rond de stad. En komen we, niet alleen dankzij de endorfine, blij weer thuis. U moet het maar eens proberen en u zult merken: eigenlijk zijn we allemaal wel blij met dat beetje aandacht. En het kost zo weinig moeite. U hoeft het niet toe te geven, als u maar probeert. Wie weet wat het doet met uw (vervlakte) geest.

En als u dan toch bezig bent, probeert u dan ook meteen eens een boek te lezen…

5 August 2007
By on 19:56
De dood in 3 delen

Na de afgelopen weken, waarin afscheid hoogtij vierde en de nietigheid van de mens, hoe pathetisch het ook mag klinken, weer eens werd onderstreept, hier wat gedachten over de twee belangrijkste componenten van een mensenleven: dood & leven. Opgeschreven vanuit verwondering en verwerking en daarom wellicht niet altijd even genuanceerd of helder. Hieronder: Dood

2 August 2007
By on 20:52
1

Iedereen gaat dood. Dat is de enige zekerheid die je hebt. Of het nu een zelfverkozen of overkomen sterven is, die laatste ademzucht gaat genomen worden. Welke –verzachtende – metafoor je er ook voor verzint, het komt allemaal op hetzelfde neer: eenmaal weg is niet meer terug. De dood is eenzijdig, eenrichtingsverkeer, onomkeerbaar.

Deze wetenschap wordt ons – als het goed is – al zeer vroeg bekendgemaakt en dus weten we allemaal dat het eraan zit te komen. We weten het, maar we ontkennen het zo lang mogelijk, tot er geen ontkennen meer aan is en we de eerste bekende begraven, ons afvragend waarom we het niet aan hebben zien komen – zowel het sterven zelf als het enorme lege gevoel dat een definitief afscheid met zich mee lijkt te brengen. En toch, niet veel later, als het lijk onder de groene zoden ligt of verbrand is, sluiten we de ogen weer en doen alsof de dood niet bij het leven hoort. Alsof dat wat je ontkent ook niet kan bestaan.

En niet alleen over doodgaan praten vinden we moeilijk, ook de gang naar de dood toe, de omstandigheden en de uiteindelijke invulling van de uitvaart, een eventueel donorschap – we mijden dat soort onderwerpen als de pest. Hoe toepasselijk.

Waarom?

Dat we niet willen praten over het doodgaan zelf, daarenboven over het overlijden van onze dierbaren, dat is tot daar aan toe. Toegegeven, de gedachte dat je ouders of vrienden kunnen overlijden is vreselijk vervelend en pijnlijk. Maar moeten we dan ook maar meteen vermijden om het met elkaar te hebben over, bijvoorbeeld, je voorkeur voor begraven of cremeren? Of over je –eventuele – donorschap?


By on 20:51
2

Het overlijden van een naaste is een verlieservaring. Niet alleen verlies je iemand in persoon, er sterft ook een klein deel van jezelf mee. Er ontstaat een leegte. En het idee dat je de leegte die overblijft, moet gaan vullen zonder die persoon. Zonder diens specifieke kenmerken en / of diens relatie tot jou en de daarbijbehorende relationele eigenschappen. En ook zonder het gedeelde verleden en de gedeelde herinneringen.

Wat afscheid extra moeilijk maakt, is de illusie dat er altijd tijd zal zijn om afscheid te nemen. In het gewone leven is het al zo moeilijk om te zeggen wat je van anderen vindt, dus schuiven we dat voor ons uit. Wat je echt zou willen zeggen, bewaar je voor Het Afscheid, als dat moment daar is. Maar, de tergende waarheid is dat veel mensen op onverwachte, eenzame of onbereikbare momenten sterven, zonder geregisseerd afscheid. Voor de achterblijvers rest dan de vraag of de overledene wel heeft geweten wat ze nu eigenlijk van hem / haar vonden.

Ook fysieke afwezigheid maakt een afscheid moeilijk. Soms sterven juist die mensen bij wie je altijd bescherming zocht en vond, en bij wie je – in je grootste kwetsbaarheid – juist op een begrafenis steun wilt zoeken. Dan wordt een afscheid dubbel zo zwaar.

En hoe zit het met de leeftijd? Is het sterven van een oudere per definitie ‘makkelijker’ te aanvaarden dan het sterven van iemand die jonger is? Of is het eenvoudiger afscheid te nemen van iemand zonder kinderen? Bestaat er zoiets als differentiatie in verdriet na een verlies?


By on 20:50
3.

Op 30 juli j.l. zond de Vara de documentaire Dag mams van Bert Molenaar uit. In deze documentaire doet Molenaar verslag van zijn ‘zoektocht’ naar de verschillende mogelijkheden van zelfdoding. Zijn verslag van deze zoektocht – treffend samengevat in de (gedramatiseerde) zoektocht van een 27-jarige vrouw naar de beste manier van suïcide – is onder andere een aanklacht tegen de lakse houding van de politiek ten opzichte van zelfdoding.

Ieder jaar beroven 1600 mensen zich van het leven, 1100 mensen meer dan er per jaar in het verkeer omkomen. Aan problemen in het verkeer wordt veel geld besteed – helemaal terecht overigens – maar maatregelen om meer zelfdodingen te voorkomen stuiten op weerstand, niet in de minste plaats omdat er nog steeds een groot taboe heerst rondom dit onderwerp. De heersende opinie is dat zelfdoders het zichzelf aandoen – wat in zekere zin ook zo is – en daarmee is de kous af. Molenaar pleit, zij het tussen de regels door, voor meer kennisvergaring over dit onderwerp, meer gespecialiseerde mensen en kenniscentra en, heel belangrijk, voor meer respect voor de zelfdoders: ‘Misschien lijden die mensen wel meer dan wij, of leven ze intenser’

Molenaar richt zich in zijn documentaire ook op de nabestaanden van de zelfdoders. Een groep die, zoals hij zegt, rauwe rouw beleeft, omdat in tegenstelling tot een niet zelfverkozen dood, een suïcide ook met de achterblijvers te maken heeft. Zij stellen zich vragen als: Wat was de eigen rol in het geheel? Hoe had het voorkomen kunnen worden? Waar ben ik in gebreke gebleven?

Molenaars documentaire boort dan ook een groot taboe aan. Want waar mensen bij een ‘normaal’ overlijden vaak al niet weten wat ze zeggen moeten, na een zelfmoord worden de meeste achterblijvers gewoon genegeerd. Uit gene, onmacht, onwetendheid en angst. Heel begrijpelijk, of zoals een van de nabestaanden zegt: ‘je confronteert ze met een angst, jij bent het levende bewijs van iets dat zij niet mee willen maken’.

Dag mams is rauw, ongegeneerd en confronterend. Molenaar werpt begrijpelijke maar voorheen ongestelde vragen op, nuanceert niet of nauwelijks, maar is er nergens op uit om te shockeren. Want zelfs de laatste scène, waarin de overblijfselen van de 27-jarige vrouw van het spoor worden geraapt, is geheel in harmonie met de zoektocht naar de ultieme manier van zelfdoding: een orgastisch sluitstuk van een macabere zoektocht.


By on 20:49
Cultuurbarbaren

In de plaatselijke bieb is het rustig, zoals altijd in deze stad vol wannabe’s. De zelfgekroonde elite van deze trieste plaats laat zich liever niet zien tussen de rekken vol geplastificeerde kaften, bang voor de woorden en zinnen die ze ongetwijfeld niet zullen begrijpen. Deze stad bezit geen intellectuelen, ze heeft een allesbehalve rijke cultuurgeschiedenis, maar daar is ze zelf nog niet achter

(Uit: Ommekeer, 2004)

De Volkskrant vanmorgen. Martin Bril schrijft zijn dagelijkse stukje op de voorkant van het tweede katern. Het stuk van vandaag schrijft hij naar aanleiding van het verschijnen van de biografie van J.C. Bloem, een van de meeste bekende dichters van de 20e eeuw. Bloem werd op 10 mei 1887 geboren in het niet meer bestaande Oudshoorn, waar zijn vader burgemeester was en waar Bloem een gelukkige jeugd had. Op zijn welbekende ironische en heldere wijze beschrijft Bril hoe er in de stad, waar Oudshoorn ooit in is opgegaan, wordt omgegaan met dit toch wel belangrijke onderdeel van onze cultuur- en literatuurgeschiedenis.

Het geboortehuis van Bloem is niet meer terug te vinden. Op die plek is nu een bedrijventerrein, vol met rommelige bedrijven. Er staan huizen die in hun vorm nog verwijzen naar de reeds vergane dakpannenfabriek die er ten tijde van Bloems geboorte stond, maar geen spoor van J.C. Bloem, zelfs niet in de straatbenamingen. Een belangrijk huis waarin Bloem tijdens zijn jeugd woonde – een statig, groot herenhuis – wordt op dit moment verbouwd tot appartementencomplex en verwijst, hoe voorspelbaar, in niets meer naar zijn illustere bewoner van weleer. Nergens in de stad is ook maar een enkele verwijzing te vinden naar de dichter Bloem. Alleen naar vader Bloem is nog een klein achterafstraatje genoemd. Bril: ‘Wat dat betreft gaat Nederland zuinig om met zijn dichters’.

Als neerlandica zijnde zijn dit geen leuke stukjes om te lezen. Het schaarse stukje literaire historie lijkt steeds minder van belang te zijn bij gezaghebbenden. Veel liever én meer wordt er geinvesteerd in moderniteit, in vluchtigheid en in economisch aantrekkelijke projecten. Het lijkt alsof men onze herkomst het liefst zo snel mogelijk wil vergeten, alsof we pas gisteren ontstaan zijn en nergens vandaag komen. Het nu is het belangrijkst, dan de toekomst en pas heel lang daarna wordt er nog eens aan verleden gedacht. En zelfs áls er dan aan de historie wordt gedacht, is dat lang niet altijd onze literaire historie, die ons toch ook, ook al weten mensen steeds minder van de literatuur, laat staan van de historische literatuur, heel veel gebracht heeft. Alles uit de historie heeft bijgedragen aan onze ontwikkeling en sijpelt door in ons leven. We zijn geen Tabula rasa van geboorte af; we worden van kleins af aan – onder andere – bepaald door onze cultuur, waarbinnen de literaire cultuur ook zeker een plaats inneemt.

Vanmiddag kreeg ik een telefoontje van mijn moeder: ‘Kijk eens naar Bril, als je het nog niet gelezen hebt. Je kritiek is terecht!’ Al toen ik er nog woonde, had ik vreselijk veel kritiek op dat dorp dat zich liever stad noemde, maar dat niet was. Het dorp waar mensen zichzelf zoveel vonden, maar waar eigenlijk niemand écht iets was en waar niemand deed aan cultuurbeleving. De enige oude kerk die we hadden, werd rondom vastgebouwd met moderne gebouwen, waardoor alleen de voorgevel nog enigszins zichtbaar was. De opgravingen die werden gedaan tijdens de aanleg van een nieuw stuk weg, werden dichtgegooid omdat er geen geld meer was voor verder onderzoek, de bibliotheek blonk uit in onwetendheid van literatuur en het ‘enige’ museum was dat van een met blokken bouwende man en had een zéér respectabele oppervalkte van maar liefst 20 m2. Niet voor niets schreef ik in Ommekeer – een verhaal over een jeugdliefde die nooit bestaan heeft – over deze ‘stad’ als stad van de wannabe’s, van de nitwitten en de decadentste non-decadentie die je je kunt bedenken.

Stond ik vanmiddag toch even raar te kijken toen bleek dat J.C. Bloem geboren werd in Oudshoorn, het tegenwoordige Alphen aan den Rijn. En dat de kapitale villa waar Bril over sprak, bij ons bekend staat als Villa Nuova.

Blijk ik twintig jaar lang op steenworp afstand van de geboorteplek van J.C. Bloem te hebben gewoond….

Voor de ingebouwde kerk klik hier

5 June 2007
By on 20:19
Bridget Jones in kwadraat

Volgens de laatste statistieken telt Nederland zo’n 2 miljoen singles. Een boeiende markt voor tv- en filmproducenten, reclamemakers, datingsites en meer van die ongein. De single is een marketingproduct en een voornamelijk gelukkig product ook nog eens. Want, happy single moet je zijn, volgens hiervoorgenoemd rijtje geldzoekers. En niet alleen zíj promoten de gelukkige single op allerlei manieren, ook in het dagelijks leven wordt veel geroepen dat het zóóó heerlijk is om single te zijn.

Het enige goede dat is voortgekomen uit deze hele beweging is wat mij betreft Bridget Jones. Een semi-literair personage dat door Wikipedia wordt omschreven als: een iets te dikke, open en zeurderige vrijgezel van begin 30, op zoek naar de ideale man. Klinkt bekend. Ik hou niet van het idealiseren van fictiefiguren, laat staan van het daarmee identificeren, maar The Diary of Bridget Jones is toch wel een heerlijke film om druilerige, chagrijnige dagen mee te vullen. Niet in de laatste plaats omdat Bridget, hoe erg ze ook te dik, te open en / of te zeurderig is, wel twee vechtende, strijdende en vooral lekkere mannen om zich heen heeft, die haar hart (of anders) proberen te veroveren. Want zelfs een hopeloze vrouw als Bridget blijkt uiteindelijk toch niet unlovable te zijn, al is het maar omdat de schrijver of filmmaker weet dat een positief einde de verkoopcijfers zal doen stijgen.

En zo kijken honderdduizenden, zo niet miljoenen vrouwen over de gehele wereld op hun mindere én op hun goede dagen naar de vrouw die bijna de verpersoonlijking is van de vrouwelijke onzekerheid en van onze eeuwige drang naar Romantiek met een hoofdletter R. Van dat eerste hebben we genoeg, van dat laatste standaard te weinig, al is het maar omdat we in onze hoofden vaak vergeten dat échte Romantiek eigenlijk niet bestaat. In ieder geval niet in de vorm die ons in films wordt voorgesteld.  Bovendien: je moet er toch niet aan denken dat je leven zó zoetsappig zou verlopen als dat in sommige films wordt voorgesteld? Ik krijg er bij het idee alleen al vlekken van.

Maar goed, Bridget: Stuntelig, naief, lichtjes dom (deels uit naiviteit) en hopeloos hoopvol op een goede afloop. In iedere vrouw zit wel een klein beetje Jones verborgen en waarschijnlijk zit er ook wel een beetje Bridget in iedere man. En wat dat happy single-zijn betreft, het heeft z’n goede en z’n slechte kanten. Net zoals een relatie dat heeft. Net zoals eigenlijk alles in het leven dat wel heeft. Happy singles bestaan en ze bestaan dus eigenlijk ook weer niet.

En Bridget? Ook zij blijkt uiteindelijk te behoren tot de middenmoot. Er zijn mensen die nog véél erger zijn dan zij: naiever, stunteliger, nog minder op de hoogte van de do’s en don’ts binnen het daten en / of binnen een relatie en een stuk onzekerder. Geloof me.

(En vraag me ajb niet wat mijn punt is hiermee…ik heb er wel één, maar daarvoor moet je hard zoeken..)

29 May 2007
By on 21:45
Journalistieke waanzin

Wanneer heeft een gebeurtenis nieuwswaarde? Wanneer is een gebeurtenis nieuwswaardig genoeg om er een actualiteitenrubriek mee te vullen of er een stuk over in de krant te plaatsen? Waarschijnlijk zijn er verschillende antwoorden mogelijk op voorgaande vragen, maar allemaal zullen ze een kern bevatten waarin wordt gerefereerd aan het feit dat nieuwsconsumenten op een objectieve manier moeten worden geinformeerd over de gebeurtenissen in buurt, plaats, land of verder. Belangrijk hierbij is dat nieuws niet alleen objectief wordt gebracht – zonder politieke of andere voorkeuren – maar ook dat futiliteiten en / of emotie-opwekkende middelen achterwege worden gelaten. Nieuws moet objectief, zonder opsmuk en feitelijk zijn.

Op 20 april overleed corporaal Cor Strik (21) in Afghanistan. Hij was hiermee de eerste door krijgsgeweld omgekomen Nederlandse soldaat. Actualiteitenrubriek Netwerk besloot op 24 april, de dag dat het lichaam van de soldaat terugkeerde in Nederland, een deel van hun programma aan deze gebeurtenis te besteden. Het betrof hier een perfect actueel, feitelijk en nieuwswaardig onderwerp. Totdat men besloot om Netwerk-journalist Ton van der Ham hier op af te sturen.

Ton van der Ham, een naam die je niet vaak zult vinden tussen de makers van Netwerk-reportages, was hiervoor, volgens de Netwerkredactie, uitermate geschikt. Niet omdat hij zoveel journalistieke kwaliteiten bezit. Ook niet omdat hij gebeurtenissen altijd helder en duidelijk kan verslaan. Nee, Ton van der Ham bleek buitengewoon geschikt omdat hij (stomtoevallig) in dezelfde straat woont als wijlen Cor Strik.

Naar eigen zeggen wilde Ton (zie de gelijkenis, zowel in uiterlijk als in journalistieke kwaliteiten met Ton,  man van Heleen van Rooyen) de reportage maken: ‘Omdat ik wil weten hoe dit afschuwelijke drama ingrijpt in het leven in mijn buurt’. Dus toog Van der Ham nog op de dag van de dood van de militair met een brief naar de ouders van Strik om hen te melden – deze mensen hadden waarschijnlijk toch niets beter te doen – dat hij journalist was en dat hij, om bovengenoemde reden,  een reportage wilde maken.

Wat volgt is een werkelijk tenenkrommende reportage, met als apotheose een bijna mensonterende inkijk in het rouwproces – wanneer het voetbalelftal van Strik met elkaar hun vriend herdenkt, zittend rond de middenstip op het veld van de plaatselijke voetbalclub. 20 huilende, rouwende vrienden. Op en om het voetbalveld worden, slechts 1 dag na het overlijden van Strik, vrienden, familieleden, kinderen en ook het 17-jarig broertje van Strik op zeer amateuristische en journalistiek-onwaardige manier ‘ondervraagd’, waarbij de journalist zich overduidelijk zeer graag verlaagd tot het niveau van ‘roddelbladjournalist’. Zijn motto lijkt te zijn: hoe meer leed ik laat zien, des te meer zullen mensen de impact van deze gebeurtenis begrijpen. Alsof hij denkt dat meer trannen ook hogere kijkcijfers zullen genereren.

Mij ontgaat de nieuwswaarde van deze hele reportage. Ik snap sowieso niet waarom een actualiteitenprogramma dat zichzelf zo graag als noodzakelijk en nieuwsVaardig presenteert – zelfs zo erg dat er een halve rel ontketend werd toen werd besloten het programma voortaan om half 8 uit te zenden – zich verlaagt tot dit soort anti-journalistiek.

Het meest stuitende was nog wel dat Van der Ham niet aanwezig was bij het enige échte nieuwsfeit dat vermeld had moeten worden: de terugkeer van het lichaam in Nederland. Waarschijnlijk waren de ouders van Strik weer wat meer in staat (neem het ze eens kwalijk) om de absurditeit van dit alles in te zien. Moeder Strik had Van der Ham op de morgen van haar zoons terugkeer opgebeld en hem gezegd dat ze hem niet mee wilde naar het vliegveld; het rouwproces was hún proces.

Hadden deze mensen niet beschermd kunnen worden tegen een aasgier als Van der Ham én had de Netwerkredactie niet wat langer stil kunnen staan bij de totale overbodigheid van deze reportage? Want, nieuwsreportages moeten objectief, zonder opsmuk en feitelijk worden gebracht en zeker niet verworden tot item van Boulevard of Shownieuws. Anders wordt het journalistieke waanzin.

Ik onthoud weinig van actualiteitenprogramma’s, maar deze reportage zal me bijblijven, vooral omdat ik ‘m nog steeds niet aan kan zien (voor wie ‘m wel wil zien: via netwerk.tv (24 april 2007) kun je de uitzending terugkijken).

11 May 2007
By on 18:39